Herinneringen aan 1972

Pas als je ouder wordt begin je te begrijpen dat er in een mensenleven heel veel kan veranderen. Niet alleen met jezelf en de personen in je directe omgeving, maar ook met bijvoorbeeld de beleving van de sport, het vaker denken aan mensen die er vroeger nog wel waren in het leven. Uiteraard wordt de drang naar nostalgie, al dan niet bewust aangedreven, groter en ook in het geval van nostalgie denk je soms met verdriet maar vooral met een grote knipoog terug aan de tijden van ‘toen’. Inderdaad ‘toen’ want de tijdperk omschrijving is niet exact te geven daar bij elke andere gedachte naar nostalgie je nooit direct in dezelfde periode terecht zal willen komen. Hans Knot neemt je ondermeer mee naar één van de vele verdwenen plekjes in Groningen.



Vreugde was het ook om weer een aflevering te kunnen zien van ‘De Versierders’ met Roger Moore en Tony Curtis in de hoofdrollen. Als ik heden ten dage een aflevering van de serie – die nog wel eens langs komt op de diverse satellietkanalen – zie, begrijp ik niet dat ik er ooit wat aan heb gevonden. Gemaakte Britse humor met quasi stuntelig acteerwerk. Absolute topper voor de Nederlandse producties was in 1972 ‘De Kleine Waarheid’ waarin Willeke Alberti de hoofdrol speelde. Op 26 december 1971 ging de eerste aflevering er uit en liefst 26 weken lang zat een groot deel van het Nederlands volk gekluisterd aan, wat nog steeds wordt gezegd, de mooiste dramaserie die er ooit voor de Nederlandse televisie is geprogrammeerd. Het script verhaalt het leven van Marleen Spaargaren, een meisje dat in Amsterdam werd geboren en opgroeide in een burgermansgezin. Al vanaf haar jeugd probeerde ze het burgerlijke te ontvluchten, en kwam daardoor regelmatig in conflict met (met name) haar vader. Jacobus Spaargaren was ambtenaar

En midden in de week keken horden kijkers naar het programma ‘Mik’ op de KRO televisie. Dorpse amusement waarin de hoofdrollen waren weggelegd voor Gait Jan Kruutmoes en Drika. Humor en zang gebracht in een ‘Veluwe’ accent, in een programma dat eerst een radioversie kende als ‘De Boertjes van Buuten’. ‘Gait Jan Kruutmoes’ was Kees Schilperoort, terwijl Annie

Dan, zoals beloofd weer een verdwenen stukje Groningen, waarmee ik U naar terug wil nemen. Op zondagen, in de tweede helft van de jaren vijftig en de eerste periode van de jaren zestig van de vorige eeuw, was het altijd met het hele gezin Knot even bij ‘Opoe en Opa Knot’ aangaan. Dit gebeurde op de zondagen en vaste prik was dan het koffiedrinken in hun bejaardenflatje. De koffie, die werd geschonken, was een mengelmoes van pruttelkoffie die de hele week als ‘restjes’ was opgespaard en op zondag werd opgekookt met melk. De grootouders woonden in de noordelijke stadswijk, die toen geen bepaalde naam had aan de Johan de Witstraat. Slechts twee woonblokken verder had je de spoorbaan die leidde naar Delfzijl met daarachter het wijdde veld. Op dergelijke dagen hadden we als kleinkinderen soms, als het mooi weer was of wanneer we goed op elkaar pasten, de mogelijkheid een half uurtje buiten te spelen in de omgeving van de Johan de Witstraat. Wel daar was nogal wat te zien voor de opgroeiende jeugd. Naast de remise van het Openbaar Vervoer (de trolleys en de bussen) was er een station, het zogenaamde ‘Noorderstation’, een naam die tot en met 1972 in gebruik is geweest en in 1973 werd veranderd in Station Noord.

Twee dingen die ik even wil benadrukken. Op de achtergrond zie je een trein staan. Deze waren toen blauw van kleur en heetten de Blauwe Engel. In 1972 werd een groot deel van het zogenaamde rijdend materiaal in Nederland vervangen door de overbekende gele treinstellen.
Ook zie je een telefooncel staan. In die tijd waren de cellen grijs van kleur en bovenin was in het glas het woord ‘telefooncel’ in blauw aangebracht. De treinen reden als het ware op de rails voorbij langs de toen nog ‘nieuwbouwhuizen’ van de Van Oldebarneveldlaan. Overgangen voor het spoor waren er genoeg. Ouderwetse overgangen, waarvan deels de spoorbomen met de hand werden bediend. Je vond ze bij de Kerklaan, de Moesstraat en de Asingastraat. En dan heb ik het slechts over de overgangen in het noordelijke stadsdeel van de Martinistad Groningen.
Om tussen Moesstraat en het station nog een overgang te creëren voor de vele wandelaars, die naar de nieuwbouw achter het Noorderstation wilden, de zogenaamde ‘Studentenbuurt’ dan wel de ‘Driehoekbuurt’, werd door de leiding van de NS besloten dat er een voetbrug moest worden geplaatst. De brug kwam direct naast het station, een brug die werd gebouwd in 1926 in Duitsland. Als je deze overging kwam je terecht bij enkele nieuwbouwstraten maar ook bij het gebied van ‘Het Noorden’ een plek waar ’s winters, mits het goed had gevroren, een natuurijsbaan werd aangelegd. Leuk was het altijd weer met een hand vol steentjes de loopbrug te bewandelen en ze één voor één naar beneden te gooien.
Als je verder liep achter de ijsbaan, kwam je automatisch in de eindeloos lijkende weilanden terecht en af en toe mochten we met vader mee om daar een boerderij op te zoeken. Het is de boerderij die nu nog steeds staat in het Selwerderpark en deels als moskee en deels door de Gemeentelijke Milieu Dienst , worden gebruikt. Boer Nienhuis woonde daar met zijn huishoudster Nina en de boer moest geknipt en geschoren worden. Een feest, vooral in de zomer want dan kwam je ontzettend veel wilde aardbeien in het veld tegen die geplukt konden worden.
Terug naar het Noorderstation kwam in 1970 het bericht dat een deel van het tracévernieuwing diende te krijgen. Dit daar er nieuwe stadswijken met duizenden inwoners waren gepland. Selwerd was al klaar, Paddepoel begon ook te groeien evenals Vinkhuizen. Overgangen waren dus niet meer van die tijd omdat het verkeersbelemmerend zou zijn. De spoorbaan diende over een behoorlijke lengte te worden verhoogd zodat het verkeer via tunnels kon doorstromen. (Kerklaan, Moesstraat, Asingastraat). Het tracédeel tussen de Moesstraat en de Oude Spoorbrug aan het Van Starkenborg Kanaal werd verhoogd en bij afloop van de werkzaamheden hadden de bewoners langs de Van Oldebarneveldlaan bij wijze van spreken de trein niet meer langs de woonkamer maar langs de slaapkamer.

Een opmerkelijke maatschappelijke belevenis vond plaats bij onze zuiderburen en wel om precies te zijn in Antwerpen. Het unieke feit werd gevierd dat Lode Crayebeckx liefst 25 jaar burgemeester was van de stad. Hij is vooral zeer bekend geworden door Antwerpen tot een enorm industrieel groeigebied te maken en het havengebeid van zijn stad tot één van de belangrijkste van Europa te maken. Ook stond hij in 1972 op de bres voor de invoering van de Nederlandse voorkeursspelling in Vlaanderen. Zijn studie volgde Lode aan de Vernederlandste Gentse Universiteit ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. In 1918 maakte hij zich lid van de Vlaamsch Nationale Partij, hetgeen hem na die oorlog negen maanden in de cel deed belanden. Hij besloot de handelscorrespondent aan de slag te gaan en werd later redacteur buitenland bij de Volksgazet. In 1928 behaalde hij zijn doctoraat in de rechten en begon drie jaar later zijn eigen advocatuur. Zijn politieke loopbaan start in 1932 en vanaf dat jaar is hij socialistisch kamerlid voor Antwerpen. In 1947 werd hij benoemd tot burgermeester, het ambt dat hij tot zijn dood in 1976 zou uitoefenen.
Eén van mijn hobby’s is het op mooie zondagen maken van fietstochten door het mooie Groninger en Drentse landschap. Het fototoestel gaat dan vaak mee om plaatjes uit de natuur vast te leggen dan wel oude auto’s voor het archief vast te leggen. Die auto’s moeten dan aan de eis voldoen dat ze minimaal van voor het jaar 1978 afkomstig zijn. Het kan soms voorkomen dat je helemaal niets tegenkomt en soms meerderen tijdens zo’n fietstocht. Wat was er zoal met de auto-industrie aan de hand in 1972? Er werden in Nederland liefst 432.083 exemplaren verkocht en als je kijkt naar het lijstje van de meest populaire merken dan kwam Opel op de eerste plaats met 13,2%, gevolgd door Fiat met 11,1% en Ford met 9,7%. De vierde en vijfde plaats waren weggelegd voor Simca en Renault. Opmerkelijk was dat de populariteit van de Volkswagen al erg tanende was en men nog slechts 6,5% van het aantal verkochte auto’s vertegenwoordigde. Twee jaar eerder stond dit percentage nog op 10,1 % van de Nederlandse verkopen. In Nederland kwam de DAF 66 1op de markt. Het was een verbeterde versie van de DAF 55 en van het DAF merk werden er in het jaar 1972 binnen de categorie personenauto’s 92.000 exemplaren gefabriceerd. Hetzelfde jaar kwamen 50% van de aandelen van DAF in handen van de Zweedse onderneming

In 1972 was er ook de introductie van de betaalcheque, iets dat al decennia als normaal wordt beschouwd. Het nieuwe betaalmiddel werd omschreven als: ‘de betaalcheque is een document waarin de schriftelijke opdracht van een klant aan zijn bij het betaalcheque project aangesloten bank is vervat, tot betaling van het op de betaalcheque ingevulde bedrag aan een met name genoemd persoon, genaamd de begunstigde. Uitbetaling van het bedrag aan de begunstigde wordt door de bank tot het bedrag van f 100,-- gegarandeerd.’ De betaalcheque werd dus als wettelijk betaalmiddel gezien, die in tegenstelling tot de girobetaalkaart, waarmee slechts een bedrag kon worden overgeschreven. De regels omtrent het betalingsverkeer van het nieuwe ‘betaalmiddel’ waren vastgelegd in de statuten van de Stichting Bevordering Chequeverkeer, gevestigd te Amsterdam.

Hun ontwerpen waren zeer psychedelisch te noemen, waarbij ze onder meer beïnvloed werden door de prikkels die ze opdeden tijdens diverse reizen die ze maakten naar het Midden- en Verre Oosten. Ze ontwerpen posters (o.a. voor Bob Dylan) en verzorgen het interieur van het Saville Theatre van Brian Epstein. Josje Leeger, die haar geluk eerst dacht te vinden op Ibiza, besloot ook naar Londen te gaan en het trio vormde samen met Barry Finch de ontwerpersgroep ‘The Fool’ vernoemd naar het nummer ‘Fool on the Hill’ van The Beatles. Ze hadden ook snel succes in Engeland en ontwierpen prachtige hoezen voor vele groepen waaronder Incredible String Band, The Cream en The Hollies en beschilderden instrumenten van topartiesten.
Ze hadden kantoor vlakbij het kantoor van de grammofoonmaatschappij Apple, waar The Beatles de scepter zwaaiden. Ze kregen de opdracht de Apple Boetiek van de buitenkant te beschilderen en hun modeontwerpen kregen tijdens de wereldwijde vertoning van ’The Magical Mystery Tour’ van The Beatles volop aandacht.
In Amerika braken ze ook door met hun ontwerpen en namen ze in 1968 hun eerste, naamloze, LP op, die werd geproduceerd door Graham Nash onder de groepsnaam The Fool. Op de LP ondermeer achtergrond zang van Joni Mitchell en Rita Coolidge. Men was dus duidelijk in zeer goed gezelschap. In eerste instantie was George Harrison benaderd om de LP te produceren maar hij wilde zijn naam niet geven aan iets wat niet zijn oorspronkelijk idee was. Ook de tweede LP, ‘The Son of America’, werd door Graham Nash geproduceerd waarbij naast de eerder genoemde achtergrondzangeressen ook Booker T van Booker T and the MG’s werd ingezet. Herb Alpert zag het duo helemaal zitten en bracht de LP destijds in de VS op zijn eigen A&M label uit. In Nederland was Ariola verantwoordelijk voor de release, die uitkwam onder de naam ‘Seemon and Marijke’’ .

Tenslotte, wat deze aflevering van ‘Media, muziek en andere herinneringen’, betreft nog even aandacht voor een opmerkelijke opvolger van ‘De Fred Haché Show’ op de VPRO televisie in 1972, die werd gevonden in ‘De Barend Servet Show’ waar menig landgenoot iedere week naar uitkeek. IJf Blokker was de persoon achter Barend Servet die eigenlijk gecreëerd werd door Willem T Schipper. De show hield het zes jaar lang vol en behaalde de pers volop in negatieve zin (hoewel velen lachend hebben genoten) door de koningin als spruitjes schoonmakende oma Juliana ten tonele doen verschijnen. Satire leverde vele opzeggingen op voor de VPRO en tegelijkertijd heel veel nieuwe leden, die de humor wel konden inzien. Bovendien bracht het voor de eerste keer de Friese politicus P J Engels in het voetlicht door Kamervragen te stellen over deze onzinnige vorm van televisie maken. Het schijnt dat voor de rest van zijn loopbaan deze politicus als een kleine grijze muis is gebrandmerkt.
Tot zover deze aflevering en ik kan U garanderen dat we zeker nog eens in dit legendarische jaar 1972 zullen terugkeren.