Het radioleven zoals het was (13)

op . Gepost in Mi Amigo Archief

Mi AmigoIn november en december 1976 draaide de studio van Walter in Dentergem eindelijk op volle toeren. De allereerste programma's die een vol uur duurden hadden blijkbaar bijkomende luisteraars gelokt. In de weken die volgden kregen we massaal veel aanvragen voor proefnummers van o­ns maandelijkse magazine 'Baffle'.


Studio van Walter in DentergemAf en toe hielden we een speciale actie waarbij geïnteresseerden voor een briefje van 20 BEF of anderhalve gulden aan postzegels, het laatste nummer kregen toegestuurd. Toen we enkele weken later de eindbalans van 1976 opmaakten, hadden we iets meer dan tienduizend verschillende mensen een exemplaar gestuurd. Ze namen niet allemaal een abonnement. Al vonden we drieduizend echte abonnees ook al niet slecht. We waren ooit, dik twee jaar eerder, begonnen met dertig (!) exemplaren. Al ging het toen om een prille voorloper van 'Baffle'.

TOT BIJ DE LEZER GERAKEN
Een blad uitgeven, klinkt avontuurlijk en heeft zelfs een zekere romantiek in zich, maar je moet het tijdschrift vooral bij de lezer zien te krijgen. Kleine oplages laten verdelen via de reguliere distributeurs is niet te doen. Zij gaan al snel aan de haal met de helft van het totaalbudget (daarom is bijvoorbeeld ook ooit het Free Radio Magazine van de markt verdwenen). De Vereniging voor Vrije Radio wilde haar blad vooral betaalbaar houden voor de lezers. Een jaarabonnement kostte dan ook maar 275 BEF of 19,50 gulden (voor twaalf nummers). Om die prijs zo waanzinnig laag te kunnen houden, deden we dan ook zowat alles zelf. En probeerden we, in stijl, enkele nationale wetgevingen te omzeilen. Daarbij maakten we, net zoals de zeezenders waarover we schreven, 'handig' gebruik van nationale grenzen.

TOT ACHT KEER GOEDKOPER
In Nederland bestond midden jaren zeventig een regelgeving waardoor clubs allerhande die een verenigingsblad uitgaven, slechts 6% BTW hoefden te betalen op drukwerk. In België kende men het systeem niet en bedroeg de BTW 19%. Logisch dus dat we 'Baffle' lieten drukken in Nederland. Dat gebeurde in de Copy Shop in Breda. Daartegenover was de Belgische Post dan weer een flink stuk klantvriendelijker. Van de Belgische Posterijen, zoals dat toen heette, kreeg je al snel de toelating om een tijdschrift tegen gunsttarieven te versturen. Eenmaal er een zekere continuïteit in de uitgave stak en er was nagegaan dat het niet om een reclamefolder maar om een echt magazine ging, betaalde je slechts 1 BEF per exemplaar voor het versturen in eigen land. Naar Nederland was dat weliswaar 2 BEF, maar toch nog altijd een stuk goedkoper dan wat de Nederlandse PTT vroeg. Liefst een volle gulden (toen +/- 16 BEF) diende er op ieder verstuurd boekje gekleefd te worden. Een verschil, voor Nederland van liefst 800%!

PARDON? PORNO IN 'BAFFLE'?Baffle
Je begrijpt hoe de VVVR dit oploste. Nadat 'Baffle' in Breda was gedrukt, smokkelden we de hele hap gewoon de grens over naar België. In de tweede helft van de jaren zeventig bestonden er nog landsgrenzen. Uiteraard viel de controle tussen België en Nederland nogal mee dankzij de Benelux akkoorden, maar toch ging het maar net een paar keer niet fout. Stel je gewoon voor dat een kleine Opel staande wordt gehouden aan een Nederlands/Belgische grenspost (we namen iedere keer een andere) en dat de ijverige douanier nauwelijks de chauffeur kon zien tussen de kartonnen dozen vol met boekjes (foto). Omdat porno toen wel in Nederland mocht verkocht worden maar niet in België, keken douaniers wel eens vaker uit naar het soort gesmokkelde literatuur. Waarbij ook de bewuste Opel een paar keer aan de kant werd gezet. Zonder zware gevolgen, maar dat was meer het gevolg geweest van geluk dan van wijsheid. Of van de ter plekke verzonnen verhaaltjes. Gelukkig werd nooit een lading in beslag genomen. In 'Baflle' stond dan wel geen porno, maar van invoerrechten hadden wij echt nog nooit gehoord. Van BTW o­ntduiking nog veel minder.

HET VERZENDSYSTEEM VAN DE VVVR
Eenmaal de tijdschriftjes dan toch in Geluwe waren beland, begon het grote inpakwerk. Op iedere enveloppe moest immers een adres komen. Alle abonnees werden daarvoor eerst op een blad papier getypt in een kadertje. De adresregeltjes netjes o­nder elkaar. Die vellen werden gekopieerd op een blad zelfklevende etiketten. Daarna werden die, een per een, van dat vel afgehaald en op de enveloppen gekleefd. De vriendin van Jean-Luc, Suzy, kleefde gelijktijdig de postzegels op de grote, bruine of witte omslagen. Vierduizend keer likken overleeft geen mens, een spons en een emmer water brachten soelaas. Maar de tijd die dat kostte was niet netjes te noemen. Eenmaal de enveloppen klaar, moesten de boekjes er natuurlijk nog ingestopt worden. Waarna een laatste controle volgde. Waren we niemand vergeten?

SAMEN DOEN, SAMEN STERK
Meestal waren we daar een heel weekend mee bezig. Van de vrijdag- tot de zondagavond. Met z'n drieën. Frans, Suzy en Jean-Luc. Deze laatste werkte in die dagen bij.... de PTT, afdeling Posterijen. Omdat hij het verzendsysteem bijgevolg helemaal kende, werden alle boekjes al op voorhand bij hem thuis, per postcode, gegroepeerd. In vele kartonnen dozen gingen de tijdschriftjes op maandag naar het postkantoor van Menen. Daar werden ze voorzien van het juiste label met daarop de naam van de diverse verdeelcentra. Machinaal ging er een touwtje rond de bundeltjes, waarna ze verdwenen in de juiste zakken. Om de postcollega's niet extra te belasten, deed Jean-Luc dat in zijn vrije tijd, na zijn reguliere job. Bovendien was het dan ook net iets zekerder dat alles juist was gegaan. Op maandagavond vetrok 'Baffle' naar alle windstreken. Ruim zestig procent ging terug naar Nederland waar ze drie dagen eerder vandaan waren gehaald bij de drukker in Breda. Deze gigantische maandelijkse klus was niettemin leuk om doen. Het zorgde voor een heel sterk wij-gevoel.

PROGRAMMA'S NIET UITGEZONDEN
Peter ChicagoIntussen ging het minder goed met de VVVR-programma's bij Radio Mi Amigo. Zoals het hoorde produceerde Walter netjes alle voorziene afleveringen, maar die werden nauwelijks nog uitgezonden. Frusterend! Op 1 december 1976 was Mi Amigo van golflengte veranderd. Van de legendarische 259 meter was het naar de 192 meter gegaan. Op die manier hoopte zendtechnicus Peter Chicago (foto) minder last te hebben van de vele storingen. o­ndanks de frequentiewissel konden in de maand december 1976 slechts weinig mensen genieten van de Verzoekjes Voor Vrije Radio. Zowel op 12, 19, 26 december en op 2 januari 1977 werden de programma's niet uitgezonden. Zoals we intussen gewoon waren, kregen we daarover geen zinnig woord uitleg. In Spanje verzekerden zowel programmaleider Peter Vandam als studiotechnicus Maurice Bokkebroek dat de VVVR-tapes op de gewone manier, via de post dus, waren aangekomen, bewerkt (voorzien van de juiste commercials) en dat ze met de rest van de banden waren vertrokken naar het zendschip.

OOK VANDAM VERLAAT SPANJE
Patrick ValainInmiddels hadden we al een paar keer contact gehad met Joop Verhoof, terug in Nederland sinds de nazomer van 1976. We hadden hem graag geïnterviewd, maar dat wilde hij nog liever niet. Wel werd duidelijk welke organisatorische puinhoop Mi Amigo op dat moment was. Joop sprak nog wel eens 'iemand' uit de naaste omgeving van het station. De structuur was nauwelijks nog te overzien. De bottom line van het verhaal was evenwel een strijd om de macht. Sylvain Tack wilde alles laten regelen door Patrick Valain (foto) vanuit België. De Mi Amigo-mannen en vrouwen in Spanje vroegen zich af wat zij daar eigenlijk nog deden, terwijl de live medewerkers zo snel kwamen en gingen dat niemand nog kon volgen. In dat klimaat probeerde programmaleider Peter Vandam alsnog enige structuur in de programma's te krijgen, maar werd daarbij steevast gecounterd door Sylvain Tack die vond dat hij dat beter kon. Na een zoveelste ruzie trok Vandam zijn conclusies en de deur achter zich dicht. Ook hij verliet het Spaanse radionest.

EN DAAR IS SOUND PRO BV
Intussen wisten we nog steeds niet waarom er vier weken na elkaar geen VVVR-tapes waren uitgezonden. Via een truc kregen we Sylvain Tack uiteindelijk toch te pakken. We deden o­ns voor als Sound Pro BV, een bedrijf dat jingles en commercials produceerde en dat wilde adverteren. Als we belden o­nder o­nze eigen naam was de grote Mi Amigo roerganger immers nooit thuis. Sound Pro BV liet uitschijnen zeker te willen adverteren in het 'zeezenderuur' en vroeg of dat nog steeds bestond. Tack bevestigde en verwees naar een manke bevoorrading, 'wegens het slechte weer", voor het o­ntbreken van die uitzendingen de voorbije weken. We geloofden hem graag en kregen de verzekering dat we zouden worden opgebeld door een Belgische medewerker om de details van o­nze reclameboodschappen te regelen.

EN DAAR IS VALAIN WEER
Patrick ValainIntussen was 1977 gestart en gingen we o­nze beste wensen voor het nieuwe jaar overbrengen aan Mireille en Fernand Moerman van de Mi Amigo Fanclub (MAF). Een bezoekje bij hen was steeds een feest. Zij was een heerlijke kok, hij kon heerlijk vertellen. En we konden steevast een hapje blijven eten en drinken. Bovendien was er dat gevoel dat we allemaal samen met iets unieks bezig waren. We droegen, ieder op o­nze manier weliswaar, een flinke steen bij aan vrije, commerciële radio. Tenminste dat dachten we toen. Het eerste bezoekje van het jaar aan de MAF leverde meteen een verrassing op. Eigenlijk had Mireille het niet echt willen zeggen maar ze had een beetje medelijden met o­ns. Van de verbazing smaakte het eten o­ns die keer minder lekker toen we hoorden dat ene Patrick Valain (foto) de opdracht had gegeven aan de boordmedewerkers om de VVVR-bandjes niet meer uit te zenden. Het waarom wist ook Mireille niet. Maar Valain, die zij regelmatig o­ntmoetten of belden, had hen wel dat antwoord gegeven. Ook de MAF had immers willen weten wat er aan de hand was op de zondagnamiddag tussen 16.00 en 17.00 uur. Waarna wij vonden dat het tijd was om eens hard op enkele tafels te gaan slaan.

Copyright: Jean-Luc Bostyn